Na meerdere Lapland-ervaringen kozen we deze winter voor een zeer kleinschalige accommodatie; Naturepoint Paljakka. Deze ligt eigenlijk nét onder de grens van Fins Lapland; zo’n 60 kilometer ten noorden van Kajaani in het arctische merengebied. Het is een rustige en dunbevolkte regio én ook een van de gebieden met de meeste sneeuwval van Finland.
Reis naar winters Finland
We vliegen eerst naar Helsinki en na een overstap gaan we door naar Kajaani. Aan het begin van de avond landen we in een besneeuwde wereld waar het inmiddels donker is. Het vliegveld heeft een kleine aankomsthal met één bagagebandje. Terwijl we op onze bagage wachten hebben we al handen geschud met Pekko, de zeer sympathieke eigenaar van Naturepoint Paljakka. Hij komt ons ophalen om ons naar Naturepoint te brengen. Samen met zijn vrouw Jannika en nog wat andere familieleden zorgen zij voor de invulling van de komende week.
Al snel zitten we, samen met drie andere gasten, in het comfortabele busje en rijden we in een uurtje door het donker richting ons hotel. Buiten is het best koud maar het is lekker warm in het busje en we worden, moe van de hele dag reizen, een beetje soezig. Maar na een uurtje rijden stappen we uit in de sneeuw bij ons onderkomen voor de komende week.
Sfeervol hotel in blokut-stijl
Het hotel is een oud schoolgebouw in blokhut-stijl, dus ook binnen met veel hout en een grote stenen haard. Vijftien jaar geleden waren we hier ook en het is heerlijk om te merken dat er qua sfeer helemaal niets veranderd is. We krijgen meteen onze kamers toegewezen. Alle kamers (het zijn er vijf) hebben trouwens een eigen badkamer met wc en douche. Na een kort opfrismomentje trekken we snel onze sloffen uit onze tas en gaan we naar de huiskamer voor het avondeten. Eten doe je hier gezellig samen aan één grote houten tafel. Hier wordt het ontbijt, de warme lunch en het avondeten geserveerd. Later blijkt dat we eigenlijk altijd wel trek hebben. We zijn immers heel veel buiten in de natuur en dat maakt hongerig.
Huskytocht: op pad met je eigen hondenslee
Over dat vele buiten zijn: we zijn hier voor een huskyweek. Vier dagen doen we in de ochtend een huskytocht. Wij hebben ieder onze eigen hondenslee met onze eigen honden. Voordat we écht vertrekken is het voor ons gevoel een chaos van blije springende en blaffende honden. Ze moeten voor de sleeën worden gespannen; dat duurt even maar wat zijn ze ongeduldig. Ze willen gáán!
Eenmaal vertrokken zijn ze stil en hoor je tijdens de huskytocht alleen nog het geruis van de hondenslee over de sneeuw. De honden rennen vaak tussen de 10 en 14 km per uur maar in het begin gaat het door hun enthousiasme iets harder; dus goed met twee handen de stang voor je vasthouden. Beetje door de knieën en een beetje meebewegen in de bochten. Eerst is het even spannend maar al snel voel je je meer vertrouwd en durf je ook om je heen te kijken.
Eigen honden
Het leuke van deze plek is dat Pekko en Jannika hun eigen honden hebben, ongeveer 45 in totaal. Je ‘woont’ dus bij de honden. In de nacht hoor je ze af en toe huilen en overdag als je bijvoorbeeld terugkomt van een wandeling word je altijd met enthousiast geblaf begroet. Na afloop van iedere huskytocht kun je helpen met de honden uitspannen én met het voeren. Zo leer je ze wat beter kennen en dat zorgt wel voor een speciale sfeer.
Sneeuwschoenwandeling en langlaufen
In de middag kun je dan lekker (sneeuwschoen-) wandelen, langlaufen, bij de honden kijken, binnen relaxen of naar de sauna. Later in de week neemt Pekko ons mee op een begeleide sneeuwschoenwandeling. Hij vertelt enorm veel over de besneeuwde natuur waarin we lopen: sporen, zwammen, bessen, bomen… wat weten wij dan eigenlijk weinig over de natuur. Je merkt écht dat deze mensen met de wildernis zijn opgegroeid. We lunchen in een Kota, een houten hut met een gezellig vuur in het midden waarop we heerlijke, óók vegetarische, worstjes grillen.
Huiselijke sfeer
Omdat het hier allemaal zo persoonlijk en kleinschalig is, daalt er een zeer aangename rust over ons neer. Je kunt de sfeer het best als huiselijk omschrijven. We zijn als gasten in totaal met z’n vijven en we hebben het erg gezellig. We zijn vooral bezig met ‘buiten zijn’, lekker eten, ’s avonds nog een drankje en dan meestal bijtijds naar bed om de volgende ochtend weer uitgerust op pad te gaan.
Zo glijden de dagen voorbij en dan is het ineens zover: op de ochtend van de laatste dag, na het ontbijt, brengt Pekko ons weer naar het vliegveld van Kajaani. Onze week van buiten actief in de winterse natuur en verder niets te hoeven, zit er weer op.