Els en Hans reisden in februari, samen met hun volwassen zoon Kees, naar IJsland. Het was een bijzonder cadeau, want Kees had deze bestemming al langer op zijn verlanglijstje staan. Niet alleen vanwege de ruige IJslandse natuur, maar vooral door de Vikinghistorie van het eiland. We gingen langs om foto’s te kijken en om te luisteren naar de enthousiaste reisverhalen.
Eerste stop: Viking World Museum
Meteen na het ophalen van de auto op luchthaven Keflavik rijden Els, Hans en Kees door naar het Viking World Museum. Daar ligt onder andere een replica van een Vikingschip op ware grootte. “Kees heeft altijd een ketting om met de hamer van Thor eraan,” vertelt Els. “Hij hoorde gewoon thuis op die boot. Als hij een helm opzet, ziet hij er ook meteen uit als een échte Viking. Zelf heb ik dat ook geprobeerd, maar ik werd meteen ‘Wicky de Viking’ genoemd,” lacht ze. “Het is een museum voor wie van historie houdt,” vult Hans aan. “Je ziet video’s over de Noormannen en leert over de vestiging van de Vikingen op IJsland, het oudste parlement ter wereld, in Thingvellir National Park en de ontdekking van Amerika door de Vikingen, ruim voor Columbus. Kees wist al veel, maar zelfs hij heeft nog wat bijgeleerd.”
Reykjanes: rust en verrassende plekjes
Na deze eerste stop gaat de reis verder over schiereiland Reykjanes. “Het leuke is dat het hier minder toeristisch is dan op veel andere plekken op IJsland. En er zijn best wel wat verrassende plekken te vinden als je vooraf onderzoek doet,” vertelt Hans. “Er is bijvoorbeeld een plankier aangelegd waar je stoom uit de aarde ziet komen. Het ruikt er sterk naar zwavel. Je merkt daar meteen hoe vulkanisch IJsland is. Maar we bezochten ook de ‘brug tussen twee continenten’. Ook al is er misschien niet eens zo héél veel van te zien, als je van aardrijkskunde houdt, is het toch de moeite waard. En nog een leuk detail: bij een vuurtoren zijn fragmenten opgenomen voor een komediefilm (Eurovision Song Contest) waarin de IJslanders op de hak worden genomen. De keyboards uit een van de clips staan er nog steeds.”.
Golden Circle: Gullfoss, Geysir en Thingvellir
“Omdat we twee nachten verbleven in hetzelfde huisje hadden we genoeg tijd om de Golden Circle te bezoeken. Zelfs in de winter met minder lichturen. Het viel ons sowieso mee hoe donker het was,” geeft Hans aan. Els: “We begonnen bij de waterval Gullfoss, die voor meer dan de helft bevroren was. Ik denk dat dit nog indrukwekkender is dan wanneer hij stroomt. En ook de spuitende geisers van Geysir waren gaaf om te zien. Door de wind bevroor de stoom terwijl die neerkwam. Daardoor ontstonden er kleine ijspegels, horizontaal tegen takken aan. De dag eindigde in Thingvellir Nationaal Park. We kwamen aan rond zonsondergang en maakten een wandeling naar een uitkijkpunt. Dat geeft een heel ander licht dan overdag en er zijn ‘s avonds veel minder mensen.”
Noorderlicht spotten bij Miniborgir
Nog een reden om in de winter naar IJsland: het noorderlicht. “Tijdens ons verblijf bij Miniborgir ging Kees steeds even naar buiten om naar de lucht te kijken,” vertelt Els. Hij had ook meerdere apps op zijn telefoon. Op een gegeven moment kwam hij naar binnen gerend: ‘Kom kijken, kom kijken!’ Op de foto zie je het beter, maar we hebben met het blote oog wel de groene kleur gezien. Zelfs twee avonden achter elkaar, heel bijzonder.” Hans lacht: “Wel met een gevoelstemperatuur van -11.”
Zuidkust: watervallen en zwart strand
Op dag drie ging de trip verder langs de zuidkust, onder andere langs de bekende watervallen. Hans laat een foto zien van de Skógafoss waterval in de sneeuw, met een regenboog ervoor. Maar naast de waterval in het winterlandschap, viel ook het openluchtmuseum aan de andere kant van de weg in de smaak. “Daar staan nagebouwde huisjes en plaggenhutten die je meenemen van vroeger tot nu. Je kunt ze vanbinnen bekijken en je ziet er ook historische werktuigen en weefgetouwen. Ook weer erg interessant als je van geschiedenis houdt.”
De reis gaat verder naar het zwarte zandstrand Reynisfjara. “Toen we daar aankwamen, was het vloed. Er was dus weinig strand over,” zegt Hans. “Maar het is toch wel heel apart om te zien.” Els: “Een vriend van Kees had vooraf een playlist gemaakt, geïnspireerd op het zwarte strand. Die heeft hij daar zitten luisteren, terwijl wij ergens koffie gingen drinken.”
Naar een ijsgrot per superjeep
De volgende dag was een van de actiefste van de reis. Els: “Na een wandeling naar de Svartifoss waterval in Skaftafell National Park gingen we naar een gletsjer met ijsgrotten.” Hans vertelt verder. “In de superjeep vertelde de gids op een komische manier over de IJslandse geschiedenis. Ook weer over de Vikingen. En hij had allerlei theorieën over de ontdekking van Amerika. Wel zelf bedacht, zei hij erbij. ” Tijd om de spikes onder te binden en de gletsjer op te gaan. “Het is wel apart om onder het ijs door te lopen. We hadden geluk met het weer, want de zon scheen prachtig door het ijs. Dat zorgde voor bijzondere kleuren. De gids liet ook een stuk ijs zien waarin het licht brak als in een prisma.”
De gletsjer op
De gletsjerwandeling is de volgende activiteit op het programma. “Het sneeuwde een beetje, dus we vroegen ons nog even af of het wel doorging. Maar dit weer zijn ze natuurlijk gewend,” vertelt Els. Hans vult aan: “Er stond wel wind, maar daar ga je gewoon met de rug naartoe staan. We kregen spikes en een pikhouweel en iedereen kreeg een gordel. De spleten in de gletsjer maken ze dicht met brokken ijs, zodat je erin kunt lopen. Bijzonder om zo ín de gletsjer te staan. Het is goed te doen, ook als je wat minder goed ter been bent. Maar er zijn ook gevaarlijke plekken waar je niet mag komen, dus je moet wel luisteren naar de gids.”
Els: “Op een gegeven moment hoorden we het ijs zelfs verschuiven, maar we voelden niets.”
Hans vult aan: “Het klinkt als een goederentrein. Zo merk je ook dat het de snelst bewegende gletsjer ter wereld is, met een verschuiving van zo’n 2 meter per dag.”
Terug naar Reykjavik
Voordat Els, Hans en Kees terugreden naar de hoofdstad, wachtte er nog wel een uitdaging. “’s Ochtends lag er ineens een pak sneeuw. We vroegen aan de eigenaresse van de accommodatie of we wel naar Reykjavik konden komen. Maar die zei heel laconiek: ‘Of course, it’s Iceland.’ Eerst dus maar de auto uitgraven. Het rijden ging vervolgens prima. Er waaide wel sneeuw over de weg, maar met een 4×4 heb je daar geen last van. In Reykjavik lag dan weer niets. We hebben er nog een halve dag rondgelopen en dat was ook wel genoeg, wat ons betreft.”
Zes dagen IJsland in februari
“In zes dagen IJsland hebben we veel gedaan, zonder dat het overvol was. Overdag ben je op pad en ’s avonds heb je tijd voor jezelf. De rijafstanden waren daarbij ook goed te doen. Februari was een prima periode voor ons: niet te koud en er lag een beetje sneeuw,” zo concludeert Hans. “Ik zou iedereen aanraden om in de winter te gaan,” stelt Els. “Hans en ik zeiden af en toe tegen elkaar: een beetje groen was toch ook wel leuk geweest. Maar dan riep Kees weer: ‘Wat is het hier toch mooi, hè!’”